HET VERHAAL VAN OPA

Boek - Opa
Boek - Opa

Als kind kwam ik wekelijks bij opa en oma.

Het was er altijd fijn. Doordeweeks was opa werken en was oma alleen thuis.

In de weekenden was het anders. Dan was opa thuis.

Hij zat niet altijd in zijn fauteuil; soms was hij boven op zolder op zijn werkplaats iets aan het repareren.

Dan moesten we een beetje zachtjes doen van oma, om hem 'niet te storen'.

In werkelijkheid vond ze het eigenlijk wel fijn dat ze haar aandacht dan niet hoefde te verdelen. Opa was namelijk nogal lang van stof en aangezien ze het hele weekend aanloop had van kinderen en kleinkinderen, hoorde ze zijn steeds herhalende uitleg over het verloop van zijn projectjes tot vervelens toe zwijgend aan, dus deed zij er alles aan om dat zoveel mogelijk te vermijden.

Wij kleinkinderen mochten nooit naar boven om hem te begroeten. We moesten wachten tot hij zelf naar beneden kwam.

Boven was het gevaarlijk, de steile trap er naartoe en dan die werkbank en al dat gereedschap enzo......

Dus hoger dan de eerste verdieping kwamen we niet, en het zware gordijn dat voor het trapgat van de zolder hing, had iets magisch.

Toen ik wat ouder was, mocht ik ineens een keer wel samen met oma naar boven. Opa een kopje thee brengen. Dat was spannend!

De steile trap was heus eng en er lag op elke trede ook nog eens gereedschap en andere spulletjes, dus ik moest heel goed uitkijken van oma.

Op zolder stond het overvol met machines en metalen apparaten en het rook er naar een echte werkplaats; naar ijzer en naar olie. Overal waar je keek stonden, hingen en lagen spullen. En spinnenwebben. Want het was opa zijn domein en oma mocht er niet schoonmaken.

 

Het vooroorlogse huisje moest worden gesloopt en dat betekende een verhuizing naar een nieuwe woning.

Er was geen ruimte om alle spullen over te brengen, dus de grootste dingen werden in de tuin opgeslagen met dekzeilen er overheen.

Opa zou dat 'later' en 'op zijn gemakje' een plekje geven en opruimen.

Uiteindelijk gebeurde er niets. Het leek zelfs meer te worden.....

Op een bepaald moment besloot de familie in te grijpen en opa te helpen drastisch op te ruimen.

Wat mij bij is gebleven is dat opa helemaal niet blij was met al die hulp. En dat spullen die aan de straat werden gezet voor de ophaaldienst weer door hem werden teruggepakt!

 

Opa had bij elk item wel een goede reden om toch te besluiten het te willen bewaren/opslaan.

Dat was ook heel goed te begrijpen.

Hij had in de oorlog zijn gezin en vele andere kunnen onderhouden door zijn vindingrijkheid.

Creativiteit wordt uit nood geboren.

Opa was reuze creatief en fabriceerde en repareerde alles wat los en vast zat.

Hij was handig en had engelengeduld.

Fietsen, telefoons, radio's, motors en later auto's.

Maar hij was ook een ware uitvinder. Als je het kon verzinnen, kon mijn opa het maken!

Opa zag potentieel in zowat alles.

Wat er niet was, maakte hij zelf.

Zo perste hij tijdens de oorlog bijvoorbeeld zelf olie uit koolzaad om de boerenbedrijven uit de omgeving van brandstof te voorzien.

Hij fabriceerde magneten om de motoren aan te kunnen drijven.

Hij bouwde generatoren voor licht.

Alles was op de bon, dus de gewonnen koolzaadolie werd geruild voor materialen waar weer wat anders van gemaakt kon worden.

Opa maakte heel wat bijzonder geniale prototypes op zijn zolder van wat later heel gewone gebruiksartikelen zouden worden. (wasmachine, vaatwasser, fietskar)

 

 

 

 

Ronofoon uit 1929

Als ik mijn opa met terugwerkende kracht een hoarder zou noemen, zou ik dat met het schaamrood op mijn kaken doen!

Ook ik heb last van de negatieve lading die het woord alleen al draagt.

Vandaar het doel van deze site; het hoarden bespreekbaar maken, juist zonder schaamte. Voor, over en met hoarders.

 

Mijn opa zou heden ten dage feitelijk voldoen aan de criteria van de DSM-5.

En hiermee meteen het bewijs dat emotie van grote invloed is op spullen.

Familieleden van hoarders hebben een geschiedenis met elkaar die hen bindt en alle excuses worden aanvaard. Zij begrijpen de reden van het verzamelen en zijn tegelijkertijd door de familieband niet bij machte sec te helpen met ontspullen.

 

Ik kan dat bij mijn cliënten wel, omdat de emotionele band er niet is.

Ik kan tijdens mijn hulp aan hoarders verbanden leggen tussen het gedrag van mijn opa en mijn cliënten. Ik vertel hen ook vaak anekdotes, waarbij herkenning een gevoel van opluchting geeft.

Ik ben ermee opgegroeid en vind heel veel dingen gewoon, terwijl ik nu weet dat ze afwijken van normaal geaccepteerd gedrag.

Het succes in mijn werk kan gevonden worden in deze herkenning en in het begrijpen van ontstane situaties.

Creativiteit en geduld is natuurlijk doorgegeven in mijn genen.

Ik vind het heel fijn wanneer nog steeds puzzelstukjes op zijn plaats vallen als ik bij cliënten aan het werk ben.

Vaak ontstaan er dan hilarische momenten, waarbij ik dankbaar gebruik maak van mijn herinneringen aan mijn lieve opa.

Ik kan niet meer met hem praten, maar gelukkig wel over hem.

 


Reactie schrijven

Commentaren: 0